Skip to main content
Vraag

samen een verhaal maken🤗

  • May 5, 2024
  • 27 reacties
  • 301 Bekeken

Toon eerste bericht

27 reacties

Yusa
Forum|alt.badge.img+15
  • Vaste gast
  • April 11, 2026

@Wolkje ik heb een klein stukje geschreven🙂 Ga jij weer verder? Dan kom ik mss in de flow haha🙊 Zeg maar wat je ervan vindt🙃

Stefan, ik-persoon.


Terwijl de man mijn schouder bekijkt voel dat ik rood word en begin te zweten. Ik schaam me soms best voor hoe onhandig ik ben, en ben nu wel bijgekomen en voel daardoor mijn wonden branden.
'Nou... ehh,' stotter ik, 'ik ben van mijn fiets gevallen..' Ik draai mijn gezicht een beetje weg en voel de spieren bij mijn schouder samentrekken. Ik kreun en kijk Dani aan. 


Liefs ❤️


Wolkje
Forum|alt.badge.img+5
  • Vaak actief
  • April 11, 2026

@Yusa 

Het is helemaal prima!

Ik schrijf een volgend stuk.

Stefan is nog steeds de ik-persoon.

Dani houdt mijn hand wat steviger vast. Ik wacht op een antwoord van meneer Heiland, die peinzend over de punten van zijn walrussnor wrijft.

"Veenstra!" brult Heiland plotseling door de muffe kamer, terwijl hij zijn zware hand van mijn schouder haalt. Ik krimp ineen bij het geluid. Dani knijpt zo hard in mijn hand dat die bijna witter wordt dan mijn gezicht. De magere assistente die ons net hielp, schuifelt met een zuinig gezicht de kamer binnen.

Nadat ze me naar de scan heeft begeleid en ik weer terug op die harde houten stoel zit, begint de man nogmaals aan de punten van zijn walrussnor te draaien. Zijn bierbuik bolt vervaarlijk over de rand van zijn bureau terwijl hij naar het scherm tuurt. Ik word er een beetje misselijk van.

De man zegt dan: "Je hebt er een mooi zootje van gemaakt. Kijk hier maar op die plaat. Die knieschijf van je? Die ligt er niet voor de sier zo bij; die is hartstikke doormidden. Een flinke breuk, jongeman. Geen wonder dat je been aanvoelt als een blok beton. Misschien moet je voortaan even uitkijken met je lange poten."

Ik slik moeizaam mijn laatste beetje speeksel weg, wanneer er iets gebeurt wat ik nooit had verwacht. Dani laat mijn hand los en slaat zijn vuist op het bureau.

"Stefan mag dan een onhandige imbeciel zijn, maar hij is nog wel de mijne. EN IK BEN DE ENIGE DIE ZO TEGEN HEM MAG PRATEN!"

Het wordt doodstil in de muffe kamer. Het enige geluid is het zachte piepen van Heilands bureaustoel, die onder zijn gewicht bezwijkt als hij verbaasd achteroverleunt. De huisarts laat de punt van zijn walrussnor los en zijn mond zakt een klein stukje open, waardoor ik een glimp van een goudkleurige vulling zie. Hij kijkt van de gebalde vuist op zijn bureau naar het witheet uitgeslagen gezicht van Dani, en dan naar mij. Ik houd mijn adem in. Mijn knie bonst op het ritme van mijn hartslag, maar de misselijkheid is op slag verdwenen door de adrenaline. Ik ken deze kant van Dani nog niet. Mijn Daniël Smit.

"Zo, zo," bromt Heiland eindelijk. Hij herpakt zich, al trilt zijn stem een fractie hoger dan eerst. "Een kort lontje hebben we dus ook nog in de aanbieding. Nou, vooruit dan maar."

Hij krabbelt met een agressieve beweging zijn handtekening op het verwijsbriefje en schuift het voorzichtig over het bureau, precies langs de vuist van Dani. "Hier. De papieren voor de spoedeisende hulp. En als ik u een advies mag geven, meneer Smit... laat die vuisten daar maar in uw zak. Daar hebben ze nog minder geduld met heethoofden dan ik." Met zijn vette vinger wijst hij naar de deur. "Veenstra wijst jullie de kortste weg naar de uitgang. Goedemiddag."

Ik voel hoe Dani’s hele lichaam nog trilt van woede terwijl hij het briefje van tafel grist. Hij pakt mijn gezonde arm beet — dit keer niet ongeduldig, maar bijna bezitterig — en helpt me overeind. Terwijl we de spreekkamer uitstrompelen, voel ik de priemende ogen van Heiland in mijn rug. Dani houdt me stevig vast; zijn vingers bieden de steun die mijn kapotte knie niet meer kan geven. Bij de balie staat Veenstra al klaar met een blik die het midden houdt tussen medelijden en pure afkeer. Ze overhandigt ons zwijgend een envelop.

Buiten slaat de koele lucht in mijn gezicht. Dani helpt me voorzichtig, bijna teder, in de autostoel — een groot verschil met hoe hij me een uur geleden nog commandeert. Voordat hij de deur dichtdoet, kijkt hij me even aan. Zijn adem vormt een wolkje in de koude lucht. Er wordt niets gezegd, maar in zijn blik zie ik iets wat ik nog nooit eerder heb gezien: een felle, bijna agressieve beschermingsdrang. Hij loopt om de auto heen, stapt in en trekt het portier met een harde klap dicht. De motor brult tot leven. Zonder een woord te zeggen, maar met onze schouders die elkaar nét raken, rijden we weg van de muffe praktijk van Ruud Heiland, op weg naar het ziekenhuis.

Ergens moet ik een beetje aan Vernon en Petunia Dursley uit Harry Potter denken, nu ik erover nadenk.

 

Eén week later

 

Het is een lange tekst geworden, ik was lekker bezig 😅

Wie wilt nu een deel schrijven? Misschien ​@Tover01? (Het hoeft niet zo lang als mijn stuk te zijn, alles is goed) Het maakt niet uit wie de ik-persoon is in het volgende deel.

Groetjes ​@Wolkje