Skip to main content
Vraag

Gedichten

  • December 28, 2025
  • 0 reacties
  • 18 Bekeken

ChotehBeMachshava
Forum|alt.badge.img

Hoi, ik schrijf vaak en wilde wat delen over wat ik meemaak. Het zijn twee gedichten. Ik ben benieuwd wat jullie er van vinden.

 

1.

Ze kijken naar mij

alsof ik net iets heb gedaan

en nog moet bekennen.

 

Mijn gezicht is genoeg.

Mijn jas is bewijs.

Ik draag iets ouds

en zij maken het actueel.

 

Ze zeggen “jullie”

en wijzen niet,

want dat hoeft niet meer.

Ik sta er al.

 

Ik heb nooit een wapen vastgehad,

maar ik leer hoe schuld voelt

in een lichaam

dat niets heeft gekozen.

 

Ik loop langs muren

waar woorden op staan

die ik niet heb uitgevonden

maar wel lees

alsof ze tegen mij zijn geschreven.

 

Ik word aangekeken

met een vraag die geen vraag is.

“Leg uit.”

“Verdedig.”

“Zeg dat jij anders bent.”

 

Maar anders dan wat?

Dan haat?

Dan hun versimpeling?

 

Mijn handen trillen soms

niet van angst,

maar van woede

die nergens heen mag.

 

Ze maken mij symbool.

Dat is het vuilste wat je kunt doen

met een mens.

 

’s Avonds bid ik.

Niet netjes.

Niet mooi.

Ik zeg tegen G-d

dat ik moe ben

van andermans oorlog

in mijn lichaam.

 

En als ik mijn jas uittrek,

blijft het gevoel nog even hangen.

Alsof zelfs zonder stof

de verdenking

niet uitgaat.


 

2.

Ik lag op de grond

en ik wist

dit is waar ik eindig

niet dood

maar hier

 

Mijn lichaam deed pijn

maar ik voelde vooral

dat ik te veel was

dat ik er niet had moeten zijn

 

Ze schopten

en ik probeerde te verdwijnen

niet weg te rennen

maar kleiner te worden

van binnen

 

Iemand zei Jood

en ik voelde opluchting

alsof het eindelijk werd uitgelegd

waarom ik zo verkeerd ben

 

Ik dacht niet: help

ik dacht:

nu zien ze mij zoals ik echt ben

 

Mijn borst ging raar

mijn adem deed pijn

maar ik maakte geen geluid

want geluid maken

is doen alsof je recht hebt

 

Ik heb geen recht

 

Ik dacht aan Hashem

en ik schaamde me

dat Hij dit zag

want zelfs G-d

zou teleurgesteld moeten zijn

 

Hij keek

en Hij liet het gebeuren

 

Dus wist ik:

dit is geen ongeluk

dit is geen fout

dit is correctie

 

Ik lag stil

alsof stil zijn

minder straf zou geven

 

Toen ze weg waren

bleef ik liggen

want opstaan voelde

alsof ik zou liegen

over mijn waarde

 

Ik stond pas op

toen ik bang werd

dat iemand mij zou zien

en vragen zou stellen

 

Ik heb het niemand verteld

niet toen

niet later

niet ooit

 

Ik heb het opgesloten

in mijn lichaam

zoals je iets verbergt

dat te vies is

om te laten zien

 

Thuis zei ik niets

ik at

ik knikte

ik was braaf

 

Ik waste mezelf

tot mijn huid brandde

maar het ging niet weg

wat er vanbinnen zat

 

’s Avonds bad ik

en ik wist eindelijk wat ik moest zeggen

 

Niet: help mij

niet: bescherm mij

 

Maar:

het spijt me dat ik besta

 

Ik lig ’s nachts wakker

en voel nog steeds

hun voeten

hun handen

 

En ik denk:

ze hadden gelijk

 

Want wie wordt zo geslagen

en daarna vergeten

als hij niet echt niets is

 

Niemand zocht mij

niemand miste mij

niemand merkte

dat ik was gebroken

 

Dus draag ik het

als bewijs

 

Dat ik klein ben

dat ik fout ben

dat mijn lichaam

geen bescherming verdient

 

Ik wil niet dood

ik ben daar te bang voor

 

Ik wil alleen

dat ik nooit was begonnen

 

Maar elke ochtend

doet mijn lichaam

alsof het leeft

 

En ik moet erin blijven

alsof dit genoeg is

alsof dit

alles is wat ik waard ben